Een uitnodiging voor het leven!

1. Ik wil

Huwelijken fascineren de mensen. Ik kan dat zien als ik in een huwelijksviering voorga. Bijzonder het woord van de trouwbelofte trekt de aandacht ook van mensen die helemaal niet religieus zijn. De beroemde twee woorden “Ik wil” betekenen: “Ik vertrouw erop dat je ook in toekomst bij mij blijft en dat je met mij samen leven wil.”

Het woord “trouwen” heeft met vertrouwen te maken. Het houdt een onzekerheid in die niemand van de trouwbelofte wegnemen kan.

2. De structuur van ons geloof

Ik denk dat het deze onzekerheid is die de mensen fascineert.

“Ik vertrouw je!”

Aan de eerste plaats staat dat wij IEMAND vertrouwen. Wij proberen in te schatten of de persoon geloofswaardig is. En pas dan, nadat wij deze beslissing gemaakt hebben, komt het “dat” – de inhoud van ons vertrouwen.

Ons geloof heeft precies deze structuur. Ik vertrouw erop dat Jezus en de eersten apostelen de waarheid vertelden.

Geloven is iemand anders zijn vertrouwen schenken.

3. De ongelovige Thomas

De ongelovige Thomas heeft precies daarmee zijn problemen. Als de andere leerlingen tot hem zeggen: Wij hebben de Heer gezien, gelooft hij niet dat het Jezus is. Thomas heeft geen probleem met al de wonderen… dat Jezus door gesloten deuren gekomen is en al de andere wonderverhalen. Hij gelooft de andere leerlingen niet dat het dezelfde Jezus is. Hij heeft geen vertrouwen in hun waarneming. Dat moet een vergissing zijn van mensen die te zeer in de rouw zijn. Denk aan het verhaal van Maria Magdalena.

Maar het is nog erger. Als Thomas dan Jezus ziet, vertrouwt hij zich zelf niet – hij kan zijn eigen ogen niet geloven. In iedere geval zijn de ogen niet voldoende om de identiteit van Jezus te bevestigen.

“Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie,

en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken,

en mijn hand in zijn zijde leggen,

zal ik zeker niet geloven.”

 

En dan als Jezus eindelijk tegenover Thomas staat, is het niet meer nodig dat hij Jezus met zijn handen aanraakt. Onmiddellijk zegt hij: “Mijn Heer en mijn God!”

Het is verrassend dat het evangelie niet verteld dat Thomas met zijn vingers werkelijk Jezus aanraakt. Het is niet meer nodig. Thomas herkent dat geloof anders is als hij tot nu toe gedacht heeft.

Geloof is niet een vorm van wetenschap die bewijzen nodig heeft. Geloof is een vorm van relatie, van vertrouwen. Daarover gat het in al de verhalen na de verrijzenis van Jezus. Daarom is het onmiddellijk antwoord van Thomas ook: “Mijn Heer en mijn God!

4. De doop als uitnodiging

Voor de evangelist Johannes is het verhaal van de ongelovige Thomas niet alleen een verhaal over het geloof van een individuele Christen. De identiteit van de historische Jezus en die van de opgestane Heer is dezelfde. In de tijd van Johannes is dat betwijfeld worden. Maar dat was het kernpunt van de verkondiging van de kerk.

Samen met de eerste lezing hebben wij in de teksten een volledige beschrijving van de kerk:

  1. De leer van de apostelen die zegt dat de historische Jezus ook de opgestane Heer is.
  2. Het gemeenschappelijk leven
  3. Het breken van het brood en het gebed
  4. En de sociale verantwoordelijkheid voor elkaar.

Deze 4 punten zijn ook vandaag nog noodzakelijk voor ons geloof. Hier in Sint-Amandus dopen wij een kindje (in OB: aansluitend aan deze viering om 11:00 uur). De 4 punten die onze kerk beschrijven zijn ook beslissend voor wat wij in een doop doen:

  1. Jezus Christus die hier op de wereld geleefd heeft, is ook de opgestane Heer. Zonder Pasen is ons geloof onzin. Wij belijden hem als onze Messias en de Zoon van God.
  2. Geloof zonder een gemeenschap is onzin. Daarom is het goed in een doopviering ook iets van deze gemeenschap te zien en niet alleen een paar eenzame familieleden. Het doopsel is ons begin van een leven in de gemeenschap van de kerk en niet een individueel familiefeest.
  3. De eucharistie, het breken van het brood en het gebed, is het centrum van ons geloof. Hier herkenden de apostelen dat Jezus in hun midden was en dat is vandaag ook nog zo. Zonder eucharistie geen kerk.
  4. En natuurlijk is er nog de sociale verantwoordelijkheid voor elkaar. Omdat Christus in ons midden is, zijn wij alle één grote familie en ook verantwoordelijk voor elkaar. Christenen voelen zich verantwoordelijk voor elkaar omdat wij bijzonder in de armen en kansloze Christus zelf ontmoeten.

Thomas herkende dat geloven vertrouwen is. Vertrouw ik in mijn leven erop dat Jezus mij met zijn blijde boodschap verlost? Ben ik bereid hiervan te getuigen? Bijzonder in een doop word dat duidelijk: Vertrouw ik als dopeling of als ouders erop dat Jezus Christus mij en de dopeling uitnodigt mijn hele leven lang mijn vriend te zijn die altijd, wat er ook gebeurt, als een tochtgenoot op de reis van mijn leven aan mijn zijde staat?

Advertenties

Het ontzagwekkende doorvertellen: Hij is verrezen!

Pasen 2018, 31 maart 2018

1. Ontzagwekkend
sterrenhemel in de woestijnJaren geleden ben ik door de Israëlische woestijn gewandeld. Wij vertrokken van de stad Hebron en wandelden naar Massada aan de Dode Zee. Ik was er met een jeugdgroep die het Heilige Land bezocht.

Heel sterk in mijn geheugen is de nachtelijke hemel gegrift. Wij sliepen ’s nachts onder de sterrenhemel. Nog nooit in mijn leven heb ik zoveel sterren gezien. En ik verstond plotseling de zanger van psalm 8 die zingt: Wat is, met het oog op deze pracht, de mens dat je aan hem denkt? Zo zijn wij mensen: Dat wat ontzagwekkend is, maakt ons altijd ook een beetje bang omdat wij herkennen hoe klein wij in werkelijkheid zijn.

2. De vrees van de vrouwen
Ik vertel je dit omdat de vrouwen die naar het graf van Jezus kwamen zo‘n overweldigende ervaring meemaakten. En dat is niet normaal. Wij zijn de verrijzenisverhalen van Pasen zo gewend dat wij niet meer zien hoe moeilijk dit evangelie van Marcus eigenlijk is.

De Bijbelgeleerden vertellen ons dat hier het Marcusevangelie oorspronkelijk eindigde, dus met het vers 8: De vrouwen gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

Maar een verhaal als een evangelie zo eindigen stelt niets voor. De apostelen zijn al lang, vóór de kruisiging, gevlucht. Petrus heeft Jezus zelfs drie keer verloochend. En nu ligt de enige hoop op de getuigenis van de vrouwen die van de engel in het graf de opdracht kregen de boodschap van de verrijzenis aan de apostelen te verkondigen. Maar zij falen ook.

Wie zal de blijde boodschap van de verrijzenis eigenlijk doorvertellen?

Dat is dé vraag voor Marcus.

3. Ontzagwekkend – een blik in een andere wereld
Maar voordat wij deze vraag beantwoorden, laat ons eerst even kijken wat de vrouwen in het graf beleven.

Zij ontmoeten een engel, een boodschapper van God. Het is de ontmoeting met een werkelijkheid die ontzagwekkend is. Het is niet alleen een overweldigende belevenis zoals ik dat bij de sterrenhemel in de woestijn meemaakte. Het is ook een belevenis die vrees brengt en angstig maakt. In de hele Bijbel is het contact met de heerlijkheid van God schrikkwekkend. Daarom zegt de engel ook hier: “Wees niet bevreesd!”

De schrik voor het contact met het goddelijke is zo groot dat zij zwijgen en de opdracht van de engel niet uitvoeren. Die had aan de vrouwen de opdracht gegeven:

‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’
En hier zijn we weer bij de vraag aan het eigenlijke einde van het Marcusevangelie: Als de apostelen al gevlucht zijn en de vrouwen ook niets zeggen: Wie zal de blijde boodschap van de verrijzenis nog verkondigen?

En toch is het gebeurd, anders zou ik hier vandaag niet staan, anders zou er geen Kerk zijn. En hier is de eigenlijke intentie van de evangelist Marcus te vinden: Al er geen apostelen meer zijn en ook geen vrouwen, moet de gelovige lezer de boodschap van de verrijzenis doorvertellen.

Het open einde van het Marcusevangelie is een oproep aan de gelovige lezer: “JIJ moet over Jezus en zijn verhaal nu vertellen!”

4. Het ontzagwekkende doorvertellen
Ik denk dat tenslotte ook de vrouwen niet hebben gezwegen. Dat is reeds vele malen gebeurd toen Jezus aan de mensen vroeg van hun wonderbare genezing niets te vertellen. En ik denk dat dit ook de boodschap van Pasen voor ons is in het jaar 2018!

In vele discussies met jongeren hebben zij mij gevraagd: “Natuurlijk moet onze Kerk zich inzetten voor armen en kansloze mensen. En dat doet ze ook en dat is goed zo. Maar wat bezielt je daarbij? Wat voor een ervaring was zo overweldigend, zo ontzagwekkend dat je daartoe de kracht hebt?”

Heb jij een antwoord op de vraag:
Wat voor een ervaring was voor jou zo overweldigend, zo ontzagwekkend dat je daartoe de kracht hebt?

 

 

Een nieuw verbond

 

Preek 17 maart 2018, 5de zondag van de vastentijd jaar B

  1. De volkeren komen

Waar komen in het evangelie plotseling de Grieken vandaan? Dat is in een evangelie ongebruikelijk. Jezus sprak heel zelden met buitenlanders. Zijn missie was de verzameling van het nieuwe Israël.

Maar de maatschappij rond de Middellandse Zee in Jezus’ tijd is een multiculturele maatschappij. Bijzonder in de grote havensteden leefden mensen uit alle landen en ze spraken alle mogelijke talen.

Bij het grote paasfeest in Jeruzalem waren zeker mensen uit alle mogelijke culturen aanwezig. Voor deze buitenlanders hadden de Joden een bijzonder statuut. Mensen die naar de wetten van de Thora leefden, dus zoals een Jood, maar die niet besneden waren, noemden de Joden “Proselyt”. Dat is zo´n soort sympathisant. Deze mensen leefden vooral in Klein Azië, het huidige Turkije, Syrië en Libanon. Zij allen kwamen, als dit voor hen mogelijk was, naar de jaarlijkse bedevaart rond het paasfeest naar de tempel in Jeruzalem.

Jezus sprak zeker een beetje Grieks daar hij timmerman was en Grieks de businesstaal was. Maar ik betwijfel dat zijn Griekse taalkennis voldoende was voor een diepgaand gesprek. Daarom waren Fillippus en Andreas nodig. Andreas is een Griekse naam. Waarschijnlijk sprak hij ook Grieks.

Maar waarom beklemtoont de evangelist Johannes de Grieken hier? Bij Johannes is niets toevallig. Ieder woord heeft een betekenis. Zo ook hier.

Op de achtergrond staat het visioen van de profeten Jesaja en Jeremias. De Messias komt en verzamelt het nieuwe Israël en zo sticht God een nieuw verbond, een verbond in het binnenste van de mens, in het hart van de mens. En de mensen van de hele wereld komen naar Jeruzalem om God te aanbidden. Deze voorstelling is hier vooral de gedachte bij Jesaja.

En precies dat gebeurt hier: De Grieken die Jezus benaderen staan voor de mensen van de hele wereld die nu naar Jeruzalem, naar de nieuwe Messias, komen.

  1. Het uur

Dus, Jezus is de Messias waar de mensen van de hele wereld aan het einde der tijden naar toekomen en al die mensen die in hem geloven tot God leidt.

En Hij, de nieuwe Messias, doet dat, zoals Jesaja dat heeft voorspeld, als lijdende Godsknecht. Ja, het lijden van de Godsknecht is een bekrachtiging dat Jezus de ware Messias is. Lijden betekent verheerlijking van God.

Dat is natuurlijk voor Grieken moeilijk te begrijpen. Zij kennen vooral heldenverhalen van hun eigen Goden. Maar dat een nieuw verbond met God gesloten wordt doordat de held lijdt en dan een kruisdood sterft… dat is nieuw.

  1. Het nieuwe verbond – de redding

En daarover gaat het bij Johannes: Het nieuwe verbond die God in Jezus met ons sluit is er om ons te redden. In het evangelie van vandaag zegt Jezus daarom:

Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden

en zo haal Ik allen naar Mij toe.’

En ieder die in Jezus gelooft, is dus op een reis naar God toe en Jezus is de gids.

Deze gedachten schijnen zo ver weg van onze moderne tijd te zijn. Maar het is een heel modern onderwerp: Van wie verwacht ik eigenlijk verlossing? Wie brengt redding van de vele angsten die ons bedriegen? Wie kan mij verzoening schenken?

Vele beweren dat zij de verlosser, de redder zijn en zeggen tot de mensen: Volg mij, dan wordt alles beter! Maar meestal zijn deze moderne verlossers zoals Trump, Poetin en andere niets anders dan populistische karikaturen van Jezus. Zij alle zullen falen omdat zij maar in hun eigen naam, als mensen, komen.

Alleen Jezus die van God zelf gestuurd is en die de moeilijke weg door het lijden is gegaan, kan de ware verlossing brengen. En zo zijn wij als christen eigenlijk immuun tegen alle populisten die ons de een of andere verlossing beloven.

 

Evenwicht

Kein automatischer Alternativtext verfügbar.Preek 04 maart 2018 – 3de zondag van de vastentijd B

  1. Een ongewone Jezus

In het evangelie van vandaag zien wij een heel ongewone Jezus. Zo kennen wij hem niet! In preken of in de catechese voor de 1ste communie en het vormsel wordt er een zachte Jezus voorgesteld: Jezus, de vorst van de vrede zoals de engelen bij de kerststal zingen. En Jezus, die de mensen weer gezond maakt en die voor zijn overtuigingen de dood op zich nam. Jezus de geweldloze Messias.

En wat horen wij vandaag in het evangelie?

Jezus, die als een wraakengel de heiligste plaats van de Joden binnendringt en met een zweep de officiële handelaars en geldwisselaars uit de tempel verdrijft en chaos veroorzaakt.

Je kunt er zeker van zijn: Indien iemand in één van onze kerken zo´n chaos veroorzaakt zal ik zeker naar de politie bellen.

Dat is dus een heel ongewone Jezus. Wat is hier aan de hand? Wat brengt Jezus zo uit zijn evenwicht?

  1. Prioriteiten: De tempel is het huis van God

De hogepriester Kajafas veranderde in het jaar 30 de wetgeving voor de tempel. De geldwisselaars en verkopers van offerdieren kregen de vergunning hun diensten ook in de tempel aan te bieden. Tot het jaar 30 waren ze op een locatie bij de olijfberg. Dat was hun traditionele plaats.

Waarschijnlijk wilde de hogepriester het voor de jaarlijkse bedevaarders gemakkelijker maken. Je moet de dieren dan niet meer ver transporteren.

Als deze theorie van de historici klopt, is het begrijpelijk dat Jezus plotseling in de tempel met een heel ander scenario te maken kreeg dan hij gewoon was. En er was ook zeker een grote discussie over deze vergunningen. Een groot deel van de traditionele Joden zal dat zeker niet hebben geaccepteerd. De tempel is een huis van God en geen marktplaats.

Pas als Jezus het met eigen ogen ziet wanneer Hij naar de tempel komt, raakt het Hem hoe erg dit werkelijk is en Hij kan zijn woede niet meer bedwingen. Hij gaat door het lint. Het is de woede van een profeet, d.w.z. een boodschapper van God. Zoiets was bij profeten niet onbekend.

  1. Evenwicht

Wat brengt Jezus uit zijn evenwicht?

Voor Jezus was de Thora, de wet van God, het hoogste. God heeft aan zijn volk zijn wetten gegeven zodat alle mensen in geluk en vrede kunnen leven. En het hoogtepunt van deze wet zijn de 10 geboden. Daarom hoorden wij deze 10 geboden in de eerste lezing. Ze zijn de grondwet van Jezus en in de 10 geboden vind je een perfect evenwicht.

Drie belangrijke relaties houden ons, mensen in evenwicht:

  • De relatie tot God die ons geschapen heeft
  • De relatie tot de naaste
  • en de relatie tot mijzelf.

Je kunt de verbinding van deze drie relaties als een driehoek verbeelden: God, ik, wij.

De tempel in Jeruzalem is voor Jezus de plek waar de relatie met God het meest intensief is. De tempel is de plek waar hemel en aarde aanraken. Hier is niets belangrijker dan de relatie met God.

En de nieuwe verkoopswet van de hogepriester Kajafas verstoort dit evenwicht. Plotseling staat het verkopen en winst maken in het centrum, modern gesproken: de commercialisering.

Dat is teveel voor Jezus. Hij gaat door het lint.

  1. Een evenwicht voor ons?

De gedachten van Jezus zijn heel moderne gedachten. Ze zijn ook vandaag van belang.

Wij mensen leven in een precair evenwicht. Dit evenwicht komt tot stand door de drie belangrijken relaties: De relatie tot God, de relatie tot mijzelf en de relatie tot de naaste. Een driehoek van God, ik, wij.

In de vastentijd worden wij opgeroepen deze drie belangrijken relaties die ons evenwicht als mens uitmaken te overwegen.

  • Hoe staat het met mijn relatie tot God? Kan ik tot Hem bidden? Voel ik zijn nabijheid in de eucharistieviering?
  • Hoe staat het met mijzelf? Ben ik overwerkt? Is mijn lifestyle gepast voor deze tijd? Eet ik de fouten dingen omdat ze zo lekker zijn? Hoe staat het met mijn gezondheid?
  • Hoe is het met mijn relatie tot de naaste? Staan de relaties die tot mijn leven behoren op vaste grond? Wat doe ik met al die onrechtvaardigheden in de wereld? BD herinnert in deze vastentijd aan de problemen in Oeganda. Maar om Afrikanen te ontmoeten moet ik hier in Gent zijn, en dus niet naar Afrika gaan, een uitstapje naar de Dampoort is voldoende.

Misschien ken je nog de biechtspiegels van vroeger. Die zijn vandaag eigenlijk niet meer nodig. Als je de drie relaties van de mens, tot God, ik en wij, in je leven bekijkt, is dat als biechtspiegel genoeg.

En zo wil ik aan het einde van deze preek je aanmoedigen in deze vastentijd een levensbezinning te maken. Overweeg de drie relaties in je leven mogelijk concreet. En als je dan van mening bent dat er een biechtgesprek gepast is, kan je mij contacteren. Dat is de zin van een biechtgesprek: Het evenwicht van het leven weer herstellen. Amen.

Woorden die genezen als Rap

Normalerwijs is Rap niet de muziek die tot mij past maar mij schoot een kleine Rap binnen als ik nog een keer over het kleine liedje nadacht dat ik een tijd geleden voor de preek gecomponeerd had.

God geeft ons in Jesaja 55 een belofte:

10Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er ​zaad​ is om te ​zaaien​ en brood om te eten – 11zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.

God verwacht dan ook van mij dat ik woorden tegen anderen of woorden die andere tegen mij zeggen met dezelfde intentie zeggen die hij tot ons zegt, namelijk dat Hij ons geluk en verlossing wil.

Daarom heb ik dit kleine liedje gecomponeerd:

Het kwaliteitswaarmerk van God

Preek 1ste vastenzondag van het jaar B, 18 Feb. 2018, SA OB

1. Verzoeking of proef
Anders als zijn collega’s Lucas en Matteüs is het verhaal van de evangelist Marcus heel kort. Van hongeren en vasten van Jezus spreekt Marcus niet.

Over de ontmoeting met de duivel vertelt Marcus dat deze ontmoeting heeft plaatsgevonden en Marcus maakt duidelijk dat Jezus deze bekoring heeft overwonnen. Dat kan je zien daar de engelen nu Jezus bedienen.

Maar wat is er eigenlijk gebeurd?

In verschillende Nederlandse vertalingen vind je ook verschillende versies. Soms wordt er gesproken dat Jezus door de duivel op de proef werd gesteld. Een andere versie beweert dat de duivel Jezus bekoort. En soms spreken de vertalingen over een verzoeking.

2. Door God getest
De examens zijn nu achter de rug. En wij allen herinneren ons nog onze eigen examens als leerling. Ik weet niet of je je examens als eenvoudig of als moeilijk beschouwde of misschien was elk examen ook voor jou een ramp.

In ieder geval verwekt een examen een zekere spanning: Weet ik nog genoeg om voor dit examen te slagen en kan ik zo aan de leerkrachten laten zien dat ik waardig ben verder te gaan?

Het idee in de Bijbel van een beproeving is precies hetzelfde. Profeten en religieuze leiders werden door God vaak op de proef gesteld vooraleer ze het woord van God aan de mensen mochten verkondigen.

Het bekendste verhaal is misschien dat van Abraham. Aan hem vraagt God zijn zoon te offeren, die zoon die toch de toekomst van Israël zou zijn, het teken van het verbond met God. Is de relatie tot God werkelijk zo sterk dat Abraham alles bereid is op te offeren?

Pas bij het laatste moment werd duidelijk dat dit een proef was en Abraham kreeg van God een ander slachtoffer aangewezen.

Bij de profeet Job is het nog vervelender: De Satan krijgt van God de opdracht Job te testen.

3. Jezus is waardig de blijde boodschap te verkondigen
Dat gebeurt hier bij het begin van het Marcusevangelie ook. Heeft Jezus het woord van God zo begrepen en in zijn persoonlijkheid geïntegreerd dat hij waardig is Gods woord te verkondigen?

Is zijn verbondenheid met God zo groot dat hij werkelijk de zoon van God is? Jezus slaagt in het examen en begint ook meteen de blijde boodschap te verkondigen:

`De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden.
Bekeer u!
Heb geloof in de Goede Boodschap.’

4. Worden ook wij door God getest?
Afgelopen woensdag was Aswoensdag. Wij zijn net begonnen aan de Veertigdagentijd. Kan de gedachte van een examen ons helpen die vastentijd te begrijpen?

De jaarlijkse vastentijd is net zo´n geloofsexamen als bij Abraham, Job of Jezus.

En het doel van dit examen?

Is onze verbondenheid met God zo sterk dat wij voor hem ook iets van ons kunnen opofferen?

Dit geloofsexamen zal ook voor ons zelf een aanwijzing zijn: Hoe staat het met mijn relatie tot God? En het bijproduct van deze Godsrelatie is dan dat je zo de wereld een beetje beter maakt, namelijk door anderen te helpen. Dat kunnen boeren in Oeganda zijn als je de vastenactie van BD ondersteunt maar dat kunnen ook mensen van jouw familie of vrienden zijn. En zoals je dat bij biologisch gekweekt voedsel ziet, heb je dan aan het einde van de vastentijd een soort kwaliteitswaarmerk: Je bent één van God zelf geproefde christen.

Maar hier past ook een waarschuwing: Er is ook een valkuil in het beeld van zo´n examen. Wanneer je niet slaagt, laat God je niet vallen maar geeft je nog een kans. Ik heb genoeg pastorale gesprekken achter de rug om te weten hoe belastend zo´n gedachte zijn kan, de gedachte namelijk: Ik heb voor God gefaald!

Wij geloven in een barmhartige God, die alles doet om ons ‘op de weg naar hem toe’ verder blijft begeleiden wanneer wij met hem ook verbonden blijven. Amen.

 

Woorden die gezond maken

Preek 28 Jan. 2018, 4de zondag door het jaar B, SB

  1. Wie is Jezus?

Het evangelie van vandaag staat in het eerste hoofdstuk van het Marcusevangelie. Hier beschrijft Marcus de eerste stappen van Jezus in zijn openbaar leven. De gewoonte van Jezus is dat Hij, zoals iedere Joodse man, op de sabbat naar de synagoge gaat, uit de Bijbel leest en ook predikt.

Maar na een tijd ontdekken de mensen een verschil met de andere predikers: “Hij onderrichtte hen als iemand met gezag, en niet zoals de Schriftgeleerden.”

Wat is nu precies het verschil?

De Schriftgeleerden zijn zoiets als een moderne academicus op een universiteit. Zij onderzoeken de werkelijkheid en interpreteren de gegevens om hun perspectief over de werkelijkheid te geven.

Jezus is anders. Hij spreekt met gezag. Dus, Hij onderzoekt en interpreteert niet in zijn eigen naam maar spreekt een boodschap van iemand anders, van iemand met autoriteit.

De vraag is nu: Voor wie spreekt Jezus? Wie is de autoriteit die achter hem staat? Wie is Jezus?

  1. Een profeet?

De mensen in de synagoge kennen uit de traditie het rolmodel van een profeet. Wij hebben dat in de eerste lezing gehoord:

18        Ik zal uit hun eigen broeders een profeet laten opstaan zoals u.

Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen

en hij zal hun alles zeggen wat Ik hem opdraag.

Het antwoord dat Marcus aan de lezers of toehoorders van zijn evangelie geeft: Jezus is deze profeet waarover Mozes sprak. Zijn woorden zijn die van God zelf. Of met andere woorden: Jezus is de Messias.

En het zijn de demonen die Jezus identiteit bevestigen. Marcus kent dit truckje van de Griekse tragedie: Bestaat er een betere bevestiging van Jezus’ identiteit dan dat de vijanden uit de onzichtbare wereld van de engelen en demonen deze identiteit bevestigen?

24        `Wat wilt U van ons, Jezus van Nazareth?

Bent U gekomen om ons te vernietigen?

Ik weet wel wie U bent: de Heilige van God!’

  1. Wie is Jezus voor ons?

En daarom stelt Marcus ook aan ons vandaag de vraag: Wie is Jezus voor ons?

Ik nodig alle volwassenen hier in de kerk uit tot een experiment: Kom naar de volgende samenkomst met de vormelingen hier in de kerk en leg aan hen uit dat Jezus woorden van God spreekt die ook vandaag mensen gezond kunnen maken en de demonen van vandaag verdrijven.

Het zou mij dan ook niet verwonderen dat de vormelingen zouden vragen: “Over welke demonen spreekt u?” Ik kan je een heel lijstje van hedendaagse demonen opnoemen.

Maar vooral de tweede gedachte is belangrijk: Welke woorden moet ik spreken om deze demonen te verdrijven?

Ik herinner mij nog altijd aan een kleine jongen die zich aan een kampvuur verbrandde. Zijn moeder nam hem bij de arm en sprak: “Het is goed!” En de pijn was weg. Ik was heel verbaasd. Ik kon de verwonding nog zien. Maar de jongen huilde niet meer. Iedere moeder kent zo iets uit eigen ervaring. Dus, een nieuwe leer met gezag?

Wanneer wij christenen meer woorden zouden gebruiken om onze moderne demonen te verdrijven dan zou er een enorme kracht van onze Kerk uitgaan!

Mij viel een klein liedje binnen. In de preekvoorbereidingsgroep was er de vraag wat wij met zo´n evangelie vandaag kunnen doen. Dat wil ik hiermee nog eens beklemtonen.