Solidariteit met de verre naaste

Afbeeldingsresultaat voor immigranten in belgie
Preek 3de vastenzondag jaar C, 24 maart 2019

1. “Ver” bestaat niet meer
Gewoonlijk is de omhaling voor de vastenactie van BD op de vierde en de zesde vastenzondag. Maar omdat volgende week de eerste communicantjes en de vormelingen te gast zijn, hebben wij, de voorbereidingsgroep, besloten deze viering over de vastenactie van BD te spreken en daarom ook vandaag de eerste omhaling te houden.

Wat valt je te binnen als je aan de jaarlijkse vastenactie van BD denkt? Het eerste wat bij mij opkomt, is dat het weer tijd is. BD bestaat al sinds 1961. Dat is een lange tijd. Wanneer kunnen wij eigenlijk daarop rekenen dat BD zijn doel bereikt heeft, namelijk dat het niet meer nodig zal zijn voor mensen aan het andere einde van de wereld geld in te zamelen?

Dit jaar staan de boeren in Guatemala in de focus maar ik heb de indruk dat de acties van BD ieder jaar dezelfde zijn.

Wij worden opgeroepen solidair te zijn met onze verre naaste.

Maar wat betekent dat?
Wie onze naaste is daarover heeft Jezus vaak gesproken. Dat is niet zo moeilijk. Ik heb een probleem met het woord “verre”.

Wij zagen dat deze week: Minuten na de bomaanslag in Nieuw Zeeland waren de beelden op de media te zien, de doden lagen er zo te zeggen in onze zitkamer.

Maar dat functioneert ook in de andere richting. Zelfs in de verste uithoek van de wereld heeft iemand een TV of een computer met internet en mensen in het oerwoud beginnen te vragen: “Waarom zijn deze mensen zo rijk en hebben zij alles en wij niet?”

Het juiste antwoord is: “De kapitalistische wereldorde geeft de voorkeur aan de oude landen van het noordelijke halfrond van de wereld en buit de landen van het zuidelijke halfrond uit.”

Dat is natuurlijk niet nieuw. Maar wat wel nieuw is, is dat wij door de moderne communicatiemiddelen direct daarmee geconfronteerd worden.

En nog iets: “Ver” bestaat niet alleen niet meer in de communicatie maar ook in het dagelijkse leven. In 2015 hebben wij gezien hoe snel deze verre naasten dan plotseling voor onze deur staan, letterlijk. Ze kwamen met duizenden!

Dus mijn conclusie: Verre naasten bestaan niet meer!

2. Wat kunnen wij doen?
Natuurlijk is het noodzakelijk dat BD genoeg geld heeft om bijvoorbeeld boeren in Guatemala te helpen. Maar dat volstaat vandaag niet meer. Wij moeten in de arme landen structuren opbouwen zodat de mensen op eigen voeten kunnen staan. Dank God dat BD en andere organisaties dat begrepen hebben.

Als voorbeeld kan de organisatie “ondernemers voor ondernemers” gelden. In hun Missie op de internetwebsite kan je lezen:
“OVO gelooft dat kleine en middelgrote ondernemingen een belangrijke motor kunnen zijn voor de economie, welvaart en werkgelegenheid in lage- en middeninkomenslanden. De missie van OVO is dan ook om er sociaal-economische bedrijfsprojecten en initiatieven te stimuleren én te versterken. OVO is de link tussen Belgische bedrijven en ondernemers en lokale bedrijfsinitiatieven in Afrika en geselecteerde landen in ontwikkelingsfase. Daarbij wordt fors ingezet op kennisoverdracht en financieringsmogelijkheden.”

Ik denk dat wij in deze richting moeten denken als wij werkelijk iets willen veranderen.

Maar dat is nog niet alles: Als wij werkelijk als maatschappij willen veranderen, is het noodzakelijk onze lifestyle te veranderen. Het is niet echt noodzakelijk dat ik in de lokale supermarkt OK in de Voskenslaan tussen 30 verschillende merken tandpasta´s kan kiezen. Ook daarover wil de jaarlijkse vastentijd ons doen nadenken.

3. Een theologisch besluit
In de lezing vandaag hebben wij het prachtige verhaal van Mozes en de brandende doornstruik gehoord.

En hier is het fundament waarom wij christen solidair moeten zijn met onze verre naaste, die niet meer ver is.

`Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord; Ik ken hun lijden.

God luistert naar de klachten van zijn volk. En als wij in hem geloven betekent dat dat wij zo moeten zijn als God zelf. Hij is onze maatstaaf. Ook wij zijn opgeroepen om de jammerklachten van arme mensen te horen.

Wij moeten er goed over nadenken wat dat betekent in de politiek, in onze kerk of in ons eigen leven. De vastenactie van BD is maar één mogelijkheid om in actie te schieten. Amen.

Wij zullen getuigen over ons geloof

Preek: 2de vastenzondag, kruisjesoplegging vormelingen, 17 maart 2019

  1. Getuigen in het dagelijkse leven

Ik heb een vraag aan onze vormelingen. Stel je voor: Het is een gewone dag op school. In de pauze zit je met je vrienden op een bank en pakt je boterhammen of je lunchbox uit. Maar voordat je begint te eten maakt je een kruisteken en spreekt een gebed, een tafelgebed, uit.

Hoe zullen je vrienden of anderen die dat zien reageren? Maken ze een grapje dat je nu een monnik of een non bent? Tonen ze respect omdat je je geloof in het dagelijkse leven durft te tonen?

Hoe zullen ze reageren?…

  1. Geloofservaringen

Het is niet altijd eenvoudig om over zijn geloofservaringen te spreken. Zoiets is heel intiem.

Wij zien dat vandaag bij de drie apostelen die met Jezus op de berg staan. Ze zien Jezus met Mozes en Elia praten maar weten niet waarover het gaat. Ze hebben namelijk het eerste deel van het gesprek gemist door hun slaap.

Wat ze zien als ze wakker worden is het felle licht dat in de Bijbel altijd te zien is als God met zijn heerlijkheid verschijnt. Dus, de drie apostelen hebben een Godsontmoeting. Dat wordt dan ook door God zelf bevestigd die in de wolk Jezus als zijn zoon bevestigt.

Maar dat Jezus, Mozes en Elia over het einde van Jezus aan het kruis in Jeruzalem en zijn dood en verrijzenis gesproken hebben, dat is hen ontsnapt.

  1. Getuigen

Daarom spreken de drie apostelen ook niet over dat wat daar op de berg gebeurde. Zij weten: Geen mens zal dat begrijpen. Pas als ze zelf het lijden en de verrijzenis meegemaakt hebben, stuurt God op het Pinksterfeest de Heilige Geest en ze vinden pas dan de moed om het aan anderen te vertellen.

  1. Wanneer zal ik over mijn geloof getuigen?

Dus, het is niet altijd gepast om over mijn geloof te getuigen. En misschien is ook een pauze op een gewone dag op je school niet geschikt. Een kleine tip: Je kan ook stil bidden!

Maar vandaag is het juiste moment voor onze vormelingen wel gekomen. Vandaag is het de dag van je kruisjesoplegging. Je geloof is nu voor allen openlijk te zien wanneer je het kruis krijgt. En hier in de kerk is het dan ook de passende omgeving hiervoor.

De parochianen van de Oude Bareel die hier zitten zijn zeker blij dat je dat doet. De kerk bevestigt daarmee dat je het vormsel op Pinksteren zult ontvangen.

En wie weet, misschien vind je door de Heilige Geest dan ook de moed om over je geloof te getuigen zelfs in de pauze op een gewone schooldag. Amen.

Heb je vijanden lief

Afbeeldingsresultaat voor heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen

Preek 7de zondag jaar C, 24 februari 2019

  1. Een spanning

Het gesprek met één van mijn medebroeder herinner ik mij nog heel goed. Het is wel al een tijdje geleden. In het nieuws zagen wij de eerste gruweldaden van de IS-terroristen.

“Wat kunnen wij doen?” was de vraag. “Wij moeten tegen de IS met geweld strijden. Er moet een internationale strijdmacht opgesteld worden die de terroristen vernietigt.”

Ik was verrast zoiets van een medebroeder, een katholieke priester te horen: Geweld als oplossing van een politieke controverse. Kan men na al de gruweldaden tijdens de twee wereldoorlogen nog serieus voor geweld kiezen als oplossing in een politieke controverse?

Maar het antwoord van mijn medebroeder, die in Mosoel geboren is en daarna naar Nederland geëmigreerd is, was heel eenvoudig: “Ze hebben reeds de helft van mijn familie vermoord. Ik kan toch niet wachten totdat ze de andere helft ook nog uitmoorden.”

Dat toont heel goed de spanning tussen de woorden van Jezus in het evangelie van vandaag en de werkelijkheid: “Heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten”. Betekent dat werkelijk dat ik de IS-terrorist die mijn broeder onthoofd heeft ook nog moet beminnen?

  1. God als maatstaf

Mij werd bewust hoe geprivilegieerd ik ben. Ik ben in 1960 geboren, dus een kind van de vrede. Wij kenden in Duitsland nog nooit zo´n lange periode van vrede. Voor mij is het dus heel eenvoudig om geweld als politiek middel uit te sluiten.

Maar wat bedoelde Jezus dan met zijn provocerende uitsprak?

De oplossing vind je in de zin die wij snel over het hoofd zien: “Wees barmhartig zoals uw Vader barmhartig is.”

Natuurlijk moet ik mij kunnen verdedigen wanneer mijn leven of het leven van mijn familie bedreigd wordt. Maar aan de andere kant weten wij ook dat geweld altijd tegengeweld provoceert. Dat zien wij dagelijks in talloze conflicten in het nieuws. Daarom, en dat is het voorstel van Jezus, moet je voor de maatstaf van de barmhartige God kiezen en niet voor deze van de mensen.

De spiraal van geweld en tegengeweld kan alleen worden doorbroken wanneer iemand barmhartig is zoals God ook tegenover ons barmhartig is. Misschien betekent dat een onrealistisch ideaal maar zo´n ideaal maakt dan creatieve krachten vrij die werkelijk kunnen helpen.

  1. Concreet

Wat betekent dat nu concreet wanneer je vandaag met een Syrische vluchteling spreekt wiens familie is vermoord door de IS-terroristen?

Het betekent in de eerste plaats veel geduld hebben en veel werk. Je moet als bemiddelaar beweegredenen vinden om de andere niet als vijand te zien maar als mens. Misschien betekent dit dat je de andere als mens moet zien en niet als een moordmachine. Het beminnen als ideaal is dan nog altijd ver weg.

Je kan misschien denken dat dit heel abstracte gedachten zijn maar wat betekent dat dan in werkelijkheid in ons leven. Je zal dit gedurende de volgende maanden zelf wel zien: Wat doen wij hier in Europa met de IS-strijders die van hier vertokken zijn. Kunnen wij hen vergeven? Zijn wij bereid ze weer in onze maatschappij te integreren, misschien nadat ze hier voor een rechtbank moeten verschijnen? Of verbannen wij ze ver weg naar Syrië om van die moeilijke kwestie hier af te zijn?

Concreter kan de bewering van Jezus “Heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten” niet zijn. Amen.

De grondwet van Jezus

Afbeeldingsresultaat voor veldrede lucas

Preek 17 februari 2019, 6de zondag door het jaar C

  1. Doop – nieuwsgierig naar wat komt!

Vandaag dopen wij 4 kinderen in de zondagsmis. Het zijn kinderen die dit jaar hun de eerste communie doen en nog niet gedoopt zijn.

Het doopsel is zoiets als een deur, bijvoorbeeld de deur die  toegang tot onze kerk geeft. En zoals bij iedere nieuwe deur waarvoor wij wachten tot ze zal opengaan, zijn wij nieuwgierig wat we aan de andere kant mogen verwachten.  Zo stel ik mij tenminste voor wat onze 4 dopelingen (OB: vandaag) bezielt. Ze zijn natuurlijk niet helemaal onvoorbereid. Zij hebben hun communiecatechese gekregen.

  1. Een gemeenschap van gelijkwaardigen

Een ander antwoord op wat nieuwkomers in onze kerk verwachten, lezen wij vandaag in het evangelie. De evangelist Lucas vertelt ons de zogenoemde Veldrede. Jezus spreekt niet op een berg zoals bij de evangelist Matteüs maar op een plein of veld tot zijn leerlingen. Het is een soort grondwet zoals de 10 geboden van Mozes dat voor de Joden waren. Ook Mozes kwam van de berg Horeb naar beneden en bracht de nieuwe wet van God mee. Iedere Jood verstaat onmiddellijk dit symbool: Jezus is de nieuwe Mozes.

Waarom spreekt Jezus hier zo´n controversiele taal?

De evangelist Lucas schrijft zijn evangelie voor zijn parochies ongeveer rond het jaar 70 n.Chr. De nieuwe gemeenschappen van christenen waren vooral gevestigd in de grote havensteden rond de Middellandse Zee. In deze steden leefden heel verschillende mensen: armen, rijken, hoog aangeziene mensen, bedelaars, droevigen, mensen uit alle in die tijd bekenden landen. Dus, een multiculturele samenleving. Multiculturele samenleving is niet alleen een probleem van onze tijd maar wij vinden dit al in het Nieuwe Testament. Daarom is het ook begrijpelijk dat de spanningen tussen de jonge christelijke gemeenschappen hoop opliepen. De brieven van de heilige Paulus bevestigen dit. Om deze spanningen te laten rusten laat evangelist Lucas Jezus zijn grondwet uitspreken.

De nieuwe christelijke gemeenschap, het nieuwe Israël, is een gemeenschap van gelijkwaardige mensen. Ja, God zelf zal ervoor zorgen dat deze spanningen zullen verdwijnen. Daarom: Zalig die nu arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want je zult verzadigd worden. De eersten socialisten en marxisten zullen eeuwen later dit ideaal opnieuw beklemtonen.

De nieuwe christelijke gemeenschap is dus een gemeenschap van gelijken. Vóór God zijn wij alle gelijkwaardig.

  1. Woord voor de dopelingen

En dat is ook mijn woord voor de 4 dopelingen: Je wordt nu lid van een gemeenschap, onze katholieke kerk, waar alle mensen dezelfde waarde hebben. Wij allen geloven in God en zijn Zoon die ons redt. Wij allen hopen dat wij op de weg naar zijn Rijk zijn en dat verandert nu al ons leven.

Ik ben mij ervan bewust dat dit een mooi ideaal is maar dat onze katholieke kerk een menselijke gemeenschap is en mensen zijn niet volmaakt en maken ook fouten. Maar ik geloof dat wij als gemeenschap op weg naar zijn Rijk zijn en dat heeft Jezus ons beloofd!

“Dus aan onze dopelingen vandaag: Een hartelijk welkom in onze kerk!”

Geroepen tot engagement

 

Preek 10 februari 2019, 5de zondag van het jaar CAfbeeldingsresultaat voor Lc 1, 1-11

  1. Petrus

De heilige Petrus stierf rond het jaar 64 n. Chr. als martelaar, gekruisigd in Rome aan het bijzonder Petruskruis.

Het is bekend dat Petrus getrouwd was. Waarschijnlijk heeft hij ook kinderen en kleinkinderen gehad maar in het Nieuwe Testament is hiervan geen sprake.

Ik kan mij het volgend gesprek tussen Petrus en zijn kleinzoon voorstellen:

“Opa Petrus, vertel nog eens wanneer je Jezus voor de eerste keer hebt ontmoet als visser.” En Petrus vertelt het verhaal dat wij zojuist in het evangelie hebben gehoord.

“Maar Opa, zo´n truckje met de vissen kan toch niet de reden zijn waarom je dan met Jezus door het land getrokken bent. Dat kan toch ook een toeval zijn geweest.”

“Ja, inderdaad, dat hebben mijn vrienden die er niet bij waren de volgende dag ook gezegd.”

“Maar Opa, wat heeft je dan ertoe gebracht Jezus na te volgen?”

Ik denk dat het voor Petrus toen ook zo moeilijk was uit te leggen wat hem aan Jezus fascineerde zoals dat vandaag voor ons ook nog het geval is.

  1. Engagement vandaag

Deze kleine fantasie over de kleinzoon van Petrus inspireerde me door een opmerking van Kathy, tijdens ons preekgesprek afgelopen maandag. Wij spraken toen over ons engagement tot wat of wie   wij vandaag geroepen zijn en wat het betekent vandaag mensenvissers te zijn. Kathy zei: “Waarom zet ik me in voor de kerk? Ik zal het niet gemakkelijk kunnen uitleggen.” Vandaag zijn er ja ook nog andere manieren om zich te engageren. Dus, waarom de kerk, waarom de parochie Sint-Bernadette?

  1. Wat beroert mij?

Het moet iets zijn wat je in het binnenste van je ziel fascineert, veel dieper dan een wonder. Een wonder kan ook altijd anders verklaard worden. Wij vinden dat zelf in het Nieuwe Testament: De mensen horen een stem uit de hemel: Dat is mijn geliefde zoon! En sommige zeggen: Het heeft gedonderd.

Neen, een wonder kan wel altijd je aandacht trekken maar voor een duurzaam geloof deugt het niet.

Terug tot Petrus en zijn imaginaire kleinzoon. Wat heeft Petrus tenslotte overtuigd?

Petrus heeft in Jezus iets gezien wat hij in geen andere mens ooit heeft gezien: Een goddelijke aanwezigheid. Petrus dacht: In deze mens is God zelf aanwezig. Hij is niet zomaar een andere profeet. Hij is de van God gestuurde Messias. Deze fascinatie heeft hem voor altijd veranderd.

Wij kennen zo´n spontane aanraking uit de menselijke relatie: De liefde op het eerste gezicht. Mensen die van de ene op het ander ogenblik verliefd worden op een andere mens. Zulke mensen kunnen ook niet zeggen waarom dat is gebeurd.

En dat is ook het antwoord op de opmerking van Kathy die het moeilijk heeft te zeggen waarom ze zich inzet voor deze concrete gemeenschap van de kerk, de parochie Sint-Bernadette.

Waarschijnlijk heeft in je leven iemand of meerdere personen je zo gefascineerd dat je engagement voor Sint-Bernadette zoals ‘liefde op het eerste gezicht’ was.

Hoe moeilijk het is zo´n ervaring te communiceren, ondervind je bij onze vormselcatechese. Iedereen die wil proberen zijn engagement aan onze vormelingen uit te leggen of door te geven, nodig ik uit het bij de komende vormselcatechese te proberen.

De belofte van overvloed

Afbeeldingsresultaat voor hochzeit von kanaan

Preek 20 januari 2019, 2de zondag van het jaar C

  1. Feest vieren

Wij allen vieren graag een feestje. Vooral wanneer wij uitgenodigd zijn en er vele vrienden komen. Ook Jezus deed dat graag. Wij horen in het evangelie over zo’n feestje. Hij is uitgenodigd met zijn apostelen en zijn familie op een joods huwelijksfeestje.

Zo’n feestje toendertijd verschilt van een huwelijk van vandaag. Zo’n joods huwelijk duurde meerdere dagen. Het was toen geen verbinding tussen twee individuen zoals wij dat vandaag kennen. Het huwelijk was een verbinding van 2 families of beter gezegd: Een verbinding tussen 2 clans.

Het hoogtepunt van die feestdagen was het feestbanket in het huis van de bruidegom. Vaak werd bij zo’n feestbanket van een bekende familie het hele dorp uitgenodigd. Bij het huwelijk van Kanaän gaat het om zo’n feestbanket aan het einde van de huwelijksfeestdagen. De herinnering aan dit huwelijksgebeuren moest een leven lang in herinnering blijven en dit feestbanket moest dit levendig houden. Daarom moest het eten heel prachtig zijn en vooral moest er in Galilea genoeg te eten en te drinken zijn. Galilea was een wijnstreek. Wijn was alomtegenwoordig.

Dus wanneer op het feest geen voldoende wijn meer was, is dat voor het jonge echtpaar een catastrofe. Nog jarenlang zullen de buren, vrienden en dorpsbewoners dit tekort aan wijn het echtpaar kwalijk nemen. Het sociale imago van het jonge echtpaar zou hieronder sterk te lijden hebben.

Maar als Maria, zijn moeder, hem vraagt te helpen, wil Jezus dat niet. “Mijn uur is nog niet gekomen!” En dat is merkwaardig. Waarom wil Jezus niet helpen als Hij dat wel kan?

  1. Het uur is aangebroken: Er zal overvloed voor mijn volk zijn.

Om dit te verstaan moeten wij begrijpen wat hier bedoeld wordt met het juiste uur. Voor evangelist Johannes is “uur” geen tijdspanne op een horloge. De evangelist Johannes symboliseert het woord “uur”. “Het juiste uur” staat voor hem symbool voor de verlossing van Israël. God zal in onze geschiedenis ingrijpen en Israël weer tot een bloeiend land maken en alle volken zullen jaloers zijn.

Dat is de visie van de profeet Jesaja. En Jesaja gebruikt voor deze visie van een nieuw Israël het beeld van een huwelijk. Wij hebben deze visie in ons eerste lezing gehoord:

Men noemt u niet langer `Verstotene’,

en uw land niet langer `Verlatene’,

maar u zult heten: `Mijn Welbehagen’,

en uw land: `Gehuwde’.

Want de Heer heeft welbehagen in u

en uw land wordt gehuwd.

5 Zoals een jongeman een meisje huwt,

zo zal Hij, die u opbouwt, u huwen.

En zoals de bruidegom blij is met zijn bruid,

zo zal uw God blij zijn met u.

De redding van Israël wordt beschreven als een huwelijk tussen God en Israël. En het moment van dit huwelijk, of in de woorden van de evangelist Johannes het juiste uur, is de dood van Jezus aan het kruis en zijn verrijzenis drie dagen later. Daarom zegt Jezus: Mijn uur is nog niet gekomen. Het is nog een lange weg tot aan het kruis.

Maar Jezus ziet een kans om het huwelijk voor zijn prediking over het Koninkrijk van God te gebruiken. Het Koninkrijk van God is nu tot u gekomen. Dat is zijn boodschap. En wat zal het Koninkrijk van God precies betekenen?

En dat is de betekenis van de wijn hier. Wijn op een huwelijksfeest betekent overvloed. Iedereen is uitgenodigd en er is genoeg te eten en te drinken. Er is voor alles gezorgd.

God zorgt voor zijn volk Israël zoals een bruidspaar voor zijn gasten zorgt. Er is wijn en vreugde in overvloed. En dat toont Jezus. 6 grote kruiken water dat zijn ongeveer 700 liter wijn. Dat is inderdaad overvloed.

  1. Een tijd van overvloed?

Een tijd van overvloed komt wanneer ik in de boodschap van Jezus geloof? Zo eenvoudig is dat niet. Wij hebben ook in België 2000 jaar later nog veel arme mensen, vluchtelingen en migranten die niets van overvloed kennen. Ik moet dat hier niet nog een keer uitbreiden.

Maar de visie van een groot feest waartoe God alle mensen uitnodigt die in hem geloven, heeft een ander consequentie. Waarom helpen christenen mensen in nood? Waarom helpen christenen vluchtelingen, migranten of arme kinderen? Waarom zeggen zij niet, zoals dat vele rechtse politici dat doen, dat deze mensen zelf voor zich moeten opkomen?

Zij helpen omdat ze van deze visie van Jezus overtuigd zijn: God wil eigenlijk dat alle mensen in overvloed leven, dat alle mensen de wijn van de vreugde kunnen drinken. En wij christenen zijn in deze wereld opgeroepen deze visie te realiseren. Of de tijd van vreugde en overvloed voor alle mensen komt, ligt in onze handen. Amen.

Er begint iets nieuws

dsc06105 (1)
Preek 13 Jan 2019, Doop van de Heer, OB gezinsviering

1. Doop
Ben je al eens bij een doopsel aanwezig geweest? Misschien bij de doop van je kinderen of kleinkinderen, van een broertje of zusje?

Zo niet, ga ik ervan uit dat je tenminste bij één doop erbij was, namelijk je eigen doop. Anders zal het merkwaardig zijn dat je hier in de gezinsviering bent.

In onze streken worden wij meestal als nieuwgeborene of als baby’s gedoopt. Daarom hebben wij ook geen herinneringen aan ons eigen doopsel.

En dat is precies het probleem. In de eerste eeuwen werden vooral volwassenen gedoopt. Natuurlijk werden ook kinderen en baby´s gedoopt wanneer een hele familie werd gedoopt. Maar de aandacht was gefocust op de volwassenen. En een volwassenendoop is heel anders dan een doop van kleinkinderen of baby´s.

Wat is er anders bij een volwassen mens? Een volwassene neemt een bewuste beslissing wanneer hij een christen wil worden. En dat is vaak een proces dat meerdere maanden, soms zelfs jaren, kan duren.

De katholieke kerk begeleidt dit proces. De nieuwe mensen die gedoopt willen worden, noemt men ook “catechumenen”. Dat is een oud woord voor mensen die op de weg zijn, op de weg naar het doopsel.

In ons bisdom Gent doopt meestal de bisschop zelf de catechumenen in de paasviering in de Sint-Baafskathedraal. En de meeste volwassene dopelingen herinneren zich het moment van hun doopsel zoals een echtpaar aan het moment van hun huwelijksliturgie. De herinnering aan een begin van iets is een heel krachtige herinnering. Niet voor niets vieren wij een zilveren of gouden huwelijk om aan het begin van het huwelijk te herinneren.

En deze herinnering missen wij bij onze doop en dat is jammer omdat de herinnering aan een begin altijd kracht en bescherming geeft. Denk al aan je huwelijksring.

2. De doop van Jezus
Ook met Jezus begint iets nieuws. Eigenlijk moet Jezus niet gedoopt worden. Hij is immers de Zoon van God. Maar Hij wil als een volle mens onder ons leven, dus wil Hij ook gedoopt worden. Maar voor Jezus betekent dit doopsel nog een ander begin: Het is het begin van zijn openbare verkondiging. Van nu aan treedt Hij in het openbare leven.

En God zelf bevestigt deze keuze: “En een stem uit de hemel sprak: ‘Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in u heb ik mijn behagen gesteld.”

En dat is het belangrijkste aan deze doop: Jezus deze mens uit Nazareth is niet zomaar een mens. De huldiging van de drie wijze mannen, de profetie van Simon en Hanna, de wonderen die Jezus deed, hebben al laten zien wie Jezus is maar nu bevestigt God zelf door de stem uit de hemel dat Jezus de Messias, zijn zoon is. En nu kan de eigenlijke verkondiging van Jezus beginnen. En ik ben zeker dat Jezus zich altijd aan dit moment van zijn doop herinnerde.

3. De 2de doop: Het vormsel
Het is goed om ons aan de beslissing ‘christen geworden’ te herinneren. In onze streken kan dat nu niet door de herinnering aan het doopsel gebeuren maar wel door de herinnering aan het vormsel. Kinderen die gevormd worden, kunnen en moeten wel een eigen beslissing nemen of ze ook in toekomst zelf christen willen blijven en niet alleen omdat hun ouders dat willen.

Voor mij is het vormsel dus de handtekening onder de eigen doop of zo te zeggen de 2de doop. Wanneer je een kind of een kleinkind hebt dat gedoopt wordt, zorg er dan voor dat ze deze dag en deze beslissing goed in herinnering houden. Dat zal dan kracht en bescherming geven voor heel het leven. Amen.